Borstvoeding

Het geven van borstvoeding heeft voordelen voor zowel moeder als kind. Naast de vele voordelen voor de gezondheid kent het geven van borstvoeding ook vele praktische voordelen. Moedermelk heeft altijd de juiste samenstelling en temperatuur, is altijd voorradig, is hygiënisch en bovendien goedkoop. Bij de keuze voor het wel of niet geven van borstvoeding spreekt moeder natuur duidelijke taal. Maar liefst 98% van de vrouwen blijkt lichamelijk in staat om borstvoeding te geven. In Nederland kiezen  80% van de vrouwen na de bevalling voor het geven van borstvoeding.

Om het geven van borstvoeding succesvol te laten verlopen zijn een aantal zaken van belang, namelijk de basiskennis rondom borstvoeding, goede begeleiding bij de opstart ervan en (zelf)vertrouwen.

Hieronder vindt je informatie over wat normaal is ten aanzien van borstvoeden. Tijdens de kraamperiode zelf zullen de kraamverzorgende en de verloskundige je verder informeren en helpen daar waar nodig. Als je in de zwangerschap al specifieke vragen hebt, omdat de borstvoeding  bij bijv. een eerder kind niet naar wens verliep, schroom dan niet om dit in de zwangerschap tijdens de controles al aan te kaarten. We kunnen dan een aparte afspraak plannen om al je vragen te beantwoorden en je wensen te bespreken op ons borstvoedingsspreekuur. Tot slot is het handig om veel te lezen over dit onderwerp. Een goede bron van informatie is te vinden via www.borstvoeding.nl, www.borstvoedingnatuurlijk.nl www.borstvoeding.com.

De eerste dagen na de bevalling

Zodra de baby geboren is, is het verstandig om te proberen de baby zo snel mogelijk aan te leggen. In ieder geval binnen 1 uur na de geboorte. Meestal lukt dit wel. Het is bekend dat baby’s tot 1 uur na de geboorte zeer alert zijn en dingen kunnen inprenten. Vraag altijd hulp aan de verloskundige, kraamzorg of verpleegkundige in het ziekenhuis de eerste paar keren dat je de baby wilt aanleggen. Zeker als het de eerste keer is dat je borstvoeding geeft. Een goede aanlegtechniek is namelijk het halve werk! Sommige baby’s hebben de eerste uren na de bevalling niet zoveel interesse in het zuigen aan de borst. Ze zijn dan vaak misselijk of moeten zelf ook nog bijkomen van de bevalling. Dit kan geen kwaad. Als de baby gewoon ‘snuffelt’ aan de borst en lekker bij je ligt is dat in eerste instantie ook voldoende. Het is een kwestie van gewoon blijven proberen. Zodra je merkt dat je baby smakt, op de vuistjes sabbelt, zoekende bewegingen maakt met de mond en/of onrustig wordt kun je proberen je baby aan te leggen. Je kunt een baby beter proberen aan te leggen in een stadium waarin hij nog rustig is. Huilende baby’s zijn lastiger aan te leggen.

Een veel gehoorde opmerking tot een paar dagen na de bevalling is: “Ik heb nog helemaal geen melk. Er komt niets bij mij”.  Het is normaal dat er de eerste dagen na de bevalling nog geen of niet zoveel melkproductie is. De paar druppels melk die er zijn heten colostrum en zitten boordevol goede stoffen.  Het is dan ook beter om de eerste paar dagen niet over borstVOEDING te spreken, maar gewoon over ‘het aanleggen aan de borst’.  Zie deze periode als leren, oefenen, het op gang brengen van de voeding, het opbouwen van een bijzondere band met je kind  en  het vertrouwd raken met elkaar.

Borstvoeden is met name een hormonaal gestuurd proces. Door te zuigen aan de borst wordt zowel de productie van melk als de uitscheiding ervan gestimuleerd. Hoe vaker je je je kind laat zuigen hoe meer signalen er naar de hersenen gaat en hoe meer melk er wordt aangemaakt. Veel borstgevoede baby’s willen de eerste dagen na de geboorte frequent en lang zuigen.  Meer dan 10 keer per 24 uur aanleggen is eerder regel dan uitzondering.  De borstvoeding moet namelijk  nog op gang komen, borstvoeding is lichter verteerbaar dan flesvoeding, veel babys’s hebben veel zuigbehoefte en tot slot hebben veel baby’s ook gewoon de behoefte om dicht bij hun moeder te zijn. Alhoewel het misschien vermoeiend voor de moeder kan zijn is het toch raadzaam om telkens gehoor te geven aan de behoefte van het kind en dus telkens aan te leggen. Dit heet on demand  (=op verzoek) voeden. Je kunt een baby nooit teveel borstvoeding geven. Dit in tegenstelling tot flesgevoede baby’s. Het kan zo zijn dat je baby de neiging heeft om voedingen te clusteren. Dat wil zeggen dat je baby een paar keer kort achter elkaar wil drinken en vervolgens een wat langere periode op de dag geen behoefte heeft om te zuigen. Dit is doorgaans prima als je binnen een periode van 24 uur je baby voldoende vaak hebt aangelegd.  Hoe lang een kind per borst ‘moet’ drinken en/of een kind aan beide borsten ‘moet’ drinken is zeer variabel en per situatie verschillend. Het hangt o.a af van van de hoeveelheid melkproductie, de gevoeligheid van de tepels en de zuigkracht cq zuigtechniek van de baby.

Een gezonde baby met een gezond geboortegewicht heeft de eerste paar dagen in principe geen honger, maar alleen veel zuigbehoefte. De baby heeft een reserve voorraad energie in het lichaam. Het zogenaamde bruine vet. Zodra deze voorraad op is, krijgt de baby honger. Dan is de melkproductie meestal voldoende op gang. 

Het is handig om te weten dat de samenstelling van moedermelk nagenoeg onafhankelijk is van je dieet. Omdat je zelf moet herstellen van de zwangerschap en bevalling is het natuurlijk wel belangrijk  dat je goed en gezond eet. Om de hoeveelheid melkproductie goed op gang te houden is het wel belangrijk dat je veel blijft drinken! Bij iedere voeding een glas water drinken is daarbij een prima uitgangspunt.

Problemen

Wanneer er problemen zijn die door de kraamzorg of door ons niet kunnen worden opgelost, kan het inschakelen van een lactatiekundige nodig zijn. Zij komt dan vaak aan huis om het probleem in kaart te brengen en samen naar een oplossing te zoeken. Wij werken graag samen met Greke Mac Donald. Kijkt voor meer info op www.lactagreke.nl of bel haar op 0615835924
Soms lukt het, na diverse inspanningen, toch niet om borstvoeding te geven. Flesvoeding is dan natuurlijk een prima alternatief.

 

Wist je dat……

  • Het geven van een borstvoeding geen pijn mag doen? Het begin van het aanleggen mag de eerste dagen wel gevoelig zijn, maar pijn gedurende de hele voeding is abnormaal.
  • Het heel belangrijk is dat je goed ligt of zit voordat je begint met aanleggen? Wanneer je geen prettige houding aanneemt kan het zijn dat je toeschietreflex vermindert is en/of dat je baby merkt dat je niet ontspannen bent.
  • Rust  belangrijk is voor het op gang brengen en houden van je melkproductie? Neem de tijd voor een voeding en laat je niet afleiden door bijv. kraamvisite. Ga desnoods apart zitten.
  • Je  buikpijn kunt hebben tijdens het voeden? Het hormoon oxytocine zorgt er ook voor dat je baarmoeder samentrekt, zodat deze sneller krimpt.
  • Iedere baby de eerste paar dagen afvalt? Als de baby goed drinkt zal hij vanzelf weer aankomen. Aan het aantal plas- en poepluiers kun je zien of de baby voldoende drinkt.  Het is zelfs vaak niet nodig om de baby te wegen in het kraambed. Binnen twee weken zitten de meeste baby’s weer op hun geboortegewicht.